Veel vragen over ob-differentiatie in Curacaose Staten

DONDERDAG, 21 MAART 2013

WILLEMSTAD — Bij de behandeling van de wijziging landsverordening tot aanpassing omzetbelasting (ob), waren er vandaag vooral vragen over de effectiviteit, het controle-aspect en de definitie van diverse producten bij de invoering van de ob-differentiatie. De regering wil met de wijziging van de wet verschillende tarieven van 0, 6, 7 en 9 procent invoeren. Vandaag was dit het enige punt op de agenda van de Centrale Commissie van de Staten.

Humphrey Davelaar (PNP) juicht de differentiatie toe, met name omdat de eerste levensbehoeften een nulprocentstarief krijgen en ongezonde producten een 9-procentstarief. Hij denkt dat mensen op deze manier worden gestimuleerd om een gezondere levensstijl aan te nemen. Maar wel vindt hij het belangrijk dat er onderzoek wordt gedaan naar wat nu echt luxeproducten zijn en welke producten ongezond, beide goed voor het 9-procentstarief. Die wens tot definitie komt terug bij meerdere Statenleden, waaronder Amerigo Thode (MFK) en Omayra Leeflang (PAR). Veelal wordt de onduidelijkheid rond cosmetica genoemd, en ook het verschil in kwaliteit van de basis-levensmiddelen. De opgestelde lijsten zijn volgens deze Statenleden niet afdoende. Onafhankelijk Statenlid Glenn Sulvaran vraagt wat precies het verschil is tussen de nieuwe lijst vrijgestelde producten en dezelfde lijst in de landsverordening van 1999. Ook zijn er veel vragen over de inbedding van de logeergeldenbelasting in de omzetbelasting.

Leeflang vraagt zich af hoe de regering gaat garanderen dat de differentiatie van de ob daadwerkelijk 16,5 miljoen gaat opleveren, gezien er in de memorie van toelichting (MvT) van de ontwerplandsverordening letterlijk wordt gezegd dat bij de ob-verhoging vorig jaar ‘de daadwerkelijke opbrengsten achterblijven’. Ze haalt de belangenvereniging voor Curaçaose agenturen aan (BVCA), die al aangaf in een schrijven van enige tijd geleden het onbegrijpelijk te vinden dat de regering dan toch besluit om sommige artikelen naar 9 procent te laten gaan op een wijze die controletechnisch ook nog eens heel moeilijk is. Ook vraagt Leeflang zich af of er een onderzoek is gedaan naar de gevolgen voor de koopkracht van de middenklasse. Aanleiding daartoe is de zinsnede in de ontwerp-landsverordening dat de lagere inkomens op enige wijze zullen worden ontzien, waardoor volgens Leeflang alles weer op de schouders van de middenklasse terechtkomt. Ten slotte haalt zij de punten aan die door diverse winkeliers in de binnenstad zijn opgeworpen; namelijk hun vrees omzet te verliezen omdat zij juist luxeproducten verkopen. Zij vrezen klanten te verliezen aan de Duty Free-winkels op cruiseschepen, het vliegveld en de voordeligere tarieven in de omliggende eilanden. Dit zou ook het ontslag van personeel betekenen, dat dan weer een kostenpost vormt voor de overheid. Zowel DMO (Downtown Management Organisation), BVCA als de VBC (Vereniging Bedrijfsleven Curaçao) hebben diverse alternatieven opgeworpen zoals verhoging op diverse accijnzen en vragen zich af waarom hier niet naar gekeken wordt.

Alex Rosaria (Pais) nam enige tijd om aan te geven dat de aanleiding tot de maatregel het ‘desastreuze beleid’ van de vorige minister van Financiën, George Jamaloodin (MFK), is geweest. Hij vindt dat economische ontwikkeling uiteindelijk een betere weg is naar het genereren van meer belastingopbrengsten. Een ander onderdeel waar hij vragen over had, en dat meerdere Statenleden aanhaalden, is de manier waarop gecontroleerd gaat worden en hij wees daarbij op zwakke schakels in de belastinginning. Ook de PAR bij monde van Zita Jesus Leito en Omayra Leeflang wees erop dat een gedifferentieerd tarief complicaties geeft op administratief gebied voor zowel de ondernemer als de controlerende instanties, en vroeg zich af hoe de controle uitgevoerd gaat worden.